Reis naar Ierland (overleven als veganist + hotspots)

De afgelopen twee weken ben ik naar Ierland geweest, en oh wat was het daar fantastisch! Ik dacht dat het leuk zou zijn als ik jullie een beetje mee zou nemen in hoe het me vergaan is om te reizen als veganist, welke tips ik jullie mee kan geven en welke fantastische cafeetjes en restaurantjes je kunt bezoeken als je in Ierland bent. Let’s go!

Voorbereidingen

Op vakantie als veganist, ik vond het echt heel spannend! Ik wist niet goed wat ik moest verwachten. Ik had op andere blogs gelezen dat je vooral niet te veel van het eten moest verwachten (twee weken lang kale salades, ik zag er al naar uit). Ook nam ik een aantal voorzorgsmaatregelen:

  • Ik kocht een noodrantsoen in en nam dat mee in mijn ruimbagage. Mijn voorwaarden waren dat het voedzaam moest zijn en lang houdbaar buiten de koelkast. Ik nam havermout, lijnzaad, Nakd repen, studentenhaver, blikjes bonen en voorgekookte granen mee (deze, deze en deze van Zonnatura zijn echt heel lekker!).
  • Ik installeerde de HappyCow app. Dat is een app waarmee je vegetariër- en veganist-vriendelijke restaurantjes, cafeetjes en supermarkten kan vinden. Dit bleek echt de beste beslissing te zijn die ik had kunnen maken.
  • In Ierland was het niet nodig, maar mocht je naar een land reizen waar ze een taal spreken die jij niet goed kent, of gewoon geen bal van veganisme snappen, dan kan het “Vegan Passport” een uitkomst zijn.
  • In het vervolg zou een zakmes en een klein snijplankje geen dom idee zijn. Nu waren we erg beperkt in de dingen die we konden kopen, omdat we niets konden snijden of openknippen (of een blik konden openen zonder lipje).

De Reis

Hieronder de kaart van de rondreis die we door Ierland gedaan hebben:

Kaart Ierland.png

Dag 1 en 2: Kilkenny

Op dag 1 kwamen we halverwege de ochtend aan op Dublin Airport. In Ierland is het een uur vroeger, en vanwege onze vroege vlucht waren we tegen de tijd dat het lunchtijd was al acht uur op. Gelukkig had ik ontbeten, een second breakfast gehad op het vliegveld en een hele hoop fruit meegenomen (de koelkast moest leeg). We hadden een huurauto en reden in één ruk door naar onze eerste stop: Kilkenny. Het links rijden in een onbekende auto in een onbekend land was voor mij wel een behoorlijke uitdaging, en ik zou liegen als ik zou zeggen dat mijn vriend met een gerust hart naast me kon zitten. Maar goed, we zijn er zonder een schrammetje vanaf gekomen (en de auto eveneens). Kilkenny is een schattig stadje waar veel gebouwen uit de middeleeuwen bewaard zijn gebleven. Het kasteel dat gewoon midden in de stad staat is echt de moeite waard. Alles is daar zo goed onderhouden, het is net alsof je zo de middeleeuwen inloopt.

Wij aten de eerste avond Indiaas, bij Indique. Er was een apart veganistisch menu, en ik vulde mijn lege maag met lekkere curry’s, rijst en chapati’s. Omdat we er zo vroeg waren (honger!) kregen we ook nog eens fikse “early bird” korting. Echt een aanrader! De tweede avond aten we bij Petronella. Ook daar kregen we “early bird” korting. Dat was ook heerlijk! Aubergine tartaar, noten-linzenbrood… En ze hadden vegan cheesecake. Need I say more?

IMG_4096

Dag 3: Dunmore East

Op dag 3 reden we richting Dunmore East, een dorpje ten zuiden van Waterford. Het hotel waar we waren lag direct aan het strand, dus ik zag mijn kans schoon om een duik in het water te nemen. KOUD! Zo KOUD! Maar het was het dubbel en dwars waard. Ik voelde me wel een beetje een aansteller toen ik alle kinderen én bejaarden (!) zonder al te veel moeite rond zag zwemmen. Laten we het erop houden dat ze niet beter weten. We waren hier maar een nachtje en aten in het hotel, bij gebrek aan beter. Dat was het moment dat ik voor het eerst kennismaakte met het concept “stir-fried vegetables”. Ik vond het best lekker klinken, maar blijkbaar is dat het enige dat Ieren kunnen bedenken voor veganisten (spoiler: dit was niet de laatste keer dat ik stir-fried vegetables at). Bij dit restaurant hield dat in dat ik een bord vol groenten had, drijvend in de olijfolie, waarbij het gebrek aan smaak gecompenseerd werd door veel te veel zwarte peper. Als bijgerecht kreeg ik nog meer van dezelfde groenten, maar dan zonder kruiden of saus. Ze konden niet eens bedenken dat ik misschien ook nog wel rijst of aardappels had gewild, of wellicht een voorgerecht. Rick kreeg trouwens wel aardappels, maar die waren overladen met een laag kaas. Ik verzin dit niet. Het feit dat tijdens onze maaltijd het restaurant vol stroomde met Engelse kak, maakte de ervaring compleet. Laten we zeggen dat we niet wisten hoe snel we het restaurant uit moesten vluchten.

IMG_4245.jpg

Dag 4 en 5: Cobh (spreek uit als “koof”)

Vanuit Dunmore East namen we een scenic route naar Cobh. Holy moly wat rijden die Ieren hard! Je kan je er echt niets bij voorstellen hoe beangstigend dat is totdat je er gereden hebt. Het grootste deel van het wegennet bestaat uit kronkelige, smalle wegen met hoge begroeiing in de berm. Je kan vaker niet dan wel door een bocht heen kijken en eigenlijk zijn de wegen te smal voor twee auto’s naast elkaar. Het gaat net. Maar dan ook echt net. Dan heb je de Ieren die met 80 of zelfs 100 km/u over die wegen scheuren. Gekkenwerk! En nee hoor, dat doen ze niet omdat ze wegpiraten zijn. Dat mag daar gewoon. Je mag gerust 100 rijden op een kronkelige bergpas met haarspeldbochten. Want waarom ook niet.

Cobh zelf is een klein havenstadje dat de grootste natuurlijke haven van de wereld heeft. Een grappig feitje is dat hier de Titanic zijn laatste stop had, en voor degenen die op hebben gelet bij geschiedenis: de Lusitania is hier vlakbij gezonken. Cobh heeft toen de drenkelingen zo goed als het ging gered en opgevangen. Deze twee thema’s zie je natuurlijk veel terug en als je geïnteresseerd bent in geschiedenis is de “Titanic trail” een echte aanrader. We verbleven in Knockeven house, een superleuke B&B in een oud herenhuis. Pam, onze gastvrouw, runde de hele B&B in haar eentje. Ze maakte ’s ochtends voor mij havermoutpap met sojamelk, waar ik dan vrijelijk fruit bij kon eten. Dat was wel heel luxe! (In het vervolg vroeg ik daar overal om). In Cobh zelf kan je niet echt goed veganistisch eten, maar de stir-fried vegetables zijn er beter te eten dan in Dunmore East. En ik kreeg er frietjes bij. Die maakten het wel goed. Dit was het moment dat ik mijn noodvoorraad aanbrak en gewoon lekker quinoa op mijn hotelkamer heb gegeten.

IMG_4344

Dag 6, 7 en 8: Killarney

Woehoe, eindelijk wandelen! In Killarney hebben ze een prachtig national park waar je heerlijk kunt wandelen en fietsen. Er rijden ook veel van die paard en wagens waar je tegen betaling een ritje in kan maken, maar daar zijn mijn vriend en ik niet zo van. Ik bedoel, die paarden moeten zich toch dood vervelen de hele dag? Wij zijn dus lekker een dag gaan wandelen en een dag gaan fietsen en dat was een goede beslissing. De foto’s geven een impressie van hoe sprookjesachtig de sfeer daar was. Dat was echt het allerbeste dat we hebben gezien. Samen met de Cliffs of Moher natuurlijk, maar daarover zo meer. We hebben in Killarney tweemaal burgers gegeten (vriendlief wil ook wat, en bij plan B waren ze heel lief en behulpzaam voor mij). Ondanks dat ik het broodje niet kon eten was het daar wel echt goed toeven. We hebben ook een keer bij Cellar One. Cellar One is een clubachtig ingericht restaurant met een apart veganistische kaart. Ik heb daar een lekkere veganistische paddenstoelenrisotto gegeten en zou hem daarom ook zeker aanraden.

IMG_4453IMG_4636

Dag 9 en 10: Lisdoonvarna en de Cliffs of Moher

We verbleven twee nachten in het gat dat zichzelf Lisdoonvarna noemt, en zaten daarmee maar een paar kilometer van de befaamde Cliffs of Moher af. We verbleven in de Wild Honey Inn, een klein hotel dat wordt gerund door een Ierse chef en zijn vrouw. We hebben natuurlijk ook in hun restaurant gegeten, want hoe vaak krijg je die kans? Ik heb daar best lekker gegeten, maar stiekem kan ik zelf beter veganistisch koken. Oeps, zei ik dat hardop?

De Cliffs of Moher zijn werkelijk waar fantastisch. We hebben een lange wandeling langs de kliffen gemaakt, waarbij we soms bijna op de afgrond liepen, maar jongens wat was dat vet. Die steile, ruige kliffen… Het enige nadeel was de enkeldiepe modder waar we op sommige stukken door moesten lopen, maar het was het waard. Als je goede wandelschoenen hebt heb je geen last van modder, en uiteindelijk worden ook schoenen wel weer droog en schoon. Ja, de kliffen waren echt dubbel en dwars de moeite waard.

IMG_4850.jpg

Dag 11 en 12: Oughterard (Connemara)

Op dag elf reden we richting Galway, naar Oughterard, “the gateway to Connemara”. Connemara is een gebied bij de westkust, waar het landschap in het noorden en het zuiden radicaal van elkaar verschillen. Het noorden is groen, het zuiden rotsachtig. We verbleven hier opnieuw in een fantastische B&B, de Waterfall Lodge, met een ontzettend aardige eigenaresse. Het heet niet voor niets zo, vlak naast het grote huis stroomt een waterval waar in bepaalde jaargetijden wilde zalm en forel zwemmen. Die zondag, toen we naar Dublin zouden rijden, zou de grote finale van het Hurling zijn (de Ierse nationale sport) en twee clubs die al jaren niet in de finale hadden gestaan, Waterford en Galway, zouden het tegen elkaar opnemen. De wedstrijd van het jaar dus! Onze gastvrouw stak haar voorkeur voor Galway niet onder stoelen of banken: overal hingen petjes en vlaggen in de Galway kleuren (roodbruin en wit). Ze moedigde ons ook van harte aan om de wedstrijd te gaan bekijken en Galway petjes aan te schaffen (spoiler: Galway won, ze zou vast dolenthousiast zijn geweest).

In Outghterard heb ik helaas twee dagen geteerd op couscoussalades. Lekker, maar niet drie dagen lang voor lunch en avondeten. Ik kon die zondag geen couscous meer zien… Gelukkig was onze gastvrouw zo aardig om voor het ontbijt soja wentelteefjes, gebakken tomaten en champignons te maken.DSC_0457.JPG

Dag 13 en 14: Dublin

Onderweg naar Dublin zagen we allemaal auto’s rijden met roodbruin-witte vlaggetjes op het dak, en supportersbussen niet te vergeten. Ondanks dat we zo vroeg waren opgestaan, waren andere supporters dus ook al onderweg. Het leek wel een volksverhuizing! Op de bruggen hingen vlaggen met aanmoedigingen voor Galway en stonden mensen te zwaaien. Het stuk naar Dublin was daardoor een feestje om te rijden. En guess what? Geen file!

In Dublin kon ik eindelijk weer eten! Zodra we in Dublin waren, zijn we recht naar het eerste beste vegetarische restaurant toegelopen dat open was. Dat was Cornucopia. Dit self-service restaurant had enorm veel veganistische opties. En het was zo lekker! Ze maken alles zelf en bijna alles is ook nog gezond (ik was in de zevende hemel, echt waar! Ik had al dagen niets warms gegeten). Ondanks dat het er rond etenstijd wat lawaaierig kan zijn, is het de moeite zeker waard. We aten een “frozen yoghurt” ijsje bij Mooch. Ik had verwacht dat ze plantaardige yoghurt zouden gebruiken, maar het was meer een fruitsorbet. Desondanks geheel prima en genoeg veganistische toppings. ’s Avonds hadden we niet zo’n grote honger en aten we een kleine portie Libanees bij The Cedar Tree. Erg spijtig dat ik hun speciale veganistische mezze plate niet heb geproefd, dus die bewaar ik voor de volgende keer. Dag twee ontdekten we een fantastisch plekje dat The Yoga Hub heet, dat verstopt ligt in een vies steegje. Maar laat je door de locatie niet afschrikke. Het is fantastisch! De yogastudio heeft een klein lunchcafeetje dat ze Happy Food noemen, waar je 100% plantaardig kan eten. Er is voor ieder wat wils, van een heerlijke burger met friet tot gezonde salades en tofu ribs (say what?!). Echt de grootste aanrader in Dublin. Naast Cornucopia natuurlijk. Dat was awesome. Als je goedkoop – en dan bedoel ik echt goedkoop – wilt eten, kan je bij Govinda’s terecht. Als je tegen wat vreemde Hare Krishna schilderijen en minstens zo vage muziek kan, moet je hier zijn voor lekker – en veel – vegetarisch eten. Voor een paar euro heb je een bord vol met het gerecht van de dag, rijst en drie groentegerechten.

In Dublin zijn er verder genoeg leuke dingen te doen, mooie musea, kerken en niet in het minst de gezellige pubs. Wij waren eerlijk gezegd doodmoe tegen de tijd dat we in Dublin aankwamen. Al die lange wandelingen hadden ons verschrikkelijk opgebroken, vooral die 25 kilometer bij de Cliffs of Moher. In Dublin hebben we daarom maar rustig aangedaan en hebben we vooral veel geslapen (en gegeten, hehe).

DSC_0498.JPG

Dag 15: Terug naar Nederland

Het was echt een hele gave vakantie, en ik zou Ierland aan iedereen aanraden. Vooral de natuur, de geschiedenis, de pubs en de vriendelijke mensen zijn wat Ierland zo mooi maakt.  Ik hoor graag van jullie of jullie al eens in Ierland zijn geweest en of jullie nog aanraders hebben!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s