Sri Lanka – een klein paradijs

Mijn vriend en ik hebben vorige maand rondgetrokken over het prachtiger eiland Sri Lanka, vroeger ook wel Ceylon genoemd. De reis duurde maar drie weken, maar ik zou een boek kunnen schrijven over alle mensen, dieren, kleuren en geuren van dat eiland, werkelijk waar. Ik zal proberen het bondig te houden, maar ik kan niets beloven. Denk je er zelf aan om naar Sri Lanka te gaan? Zeker doen! Ik weet dat de bomaanslagen veel mensen hebben afgeschrikt, maar ik heb me zelden zo veilig gevoeld als daar. Bovendien staat deze blogpost vol met redenen om te gaan, dus lees vooral verder…

Als je dit artikel je interesse gewekt heeft, lees dan ook vooral het reisverslag van Vegadutchie en de blogposts van Reisjunk voor meer tips en verhalen.

Het land

De naam Sri Lanka betekend heilig land (Sri = heilig, Lanka = land). En als je ziet hoe de glooiende theeplantages overlopen in oerwoud, waarna het landschap soepel van rijstvelden in savanne en in strand overgaat, als je kijkt hoe het doorspekt is met glanzende meren vol watervogels en lelies, ruisende rivieren en groene mangroves en als je door hebt dat de bomen volhangen met mango’s, papaya’s en avocado’s, dan begrijp je dat het eiland deze naam waardig kan dragen. Juist die variatie in landschap op relatief korte afstanden maken Sri Lanka heel bijzonder en bovendien makkelijk te bereizen. Ik vond het een ideaal land voor beginnende backpackers zoals wij, om verschillende redenen: het eiland is niet te groot, het openbaar vervoer is erg goed, het is goedkoop, het is rustig en veilig, de mensen zijn vriendelijk en het is niet te toeristisch. Eigenlijk is het gewoon perfect.

Onze route

Wij hebben de volgende reis gemaakt: Negombo – Kandy – Ella – Yala national park – Trincomalee – Anuradhapura – Sigiriya – Negombo. Het fijne aan Sri Lanka is dat je – vanwege de korte afstanden – heel veel verschillende reizen kan maken. Er is niet één route die alle toeristen doen. Wij hebben deze route ook niet van tevoren gepland: we hebben de eerste en laatste overnachting geboekt en hebben de rest daar besloten. Je kan ervoor kiezen om je accommodaties één of twee dagen van tevoren met booking.com te boeken, maar wij kozen ervoor om een aantal guest houses langs te gaan en te boeken als de kamer ons beviel. De mensen vinden het niet raar als je vraagt om de kamers te bekijken en ook kan je onderhandelen over de prijs. Wij betaalden voor een overnachting voor twee personen in een guest house gemiddeld 3000 Sri Lankaanse roepies (LKR), ongeveer 15 euro. Het fijne van op deze manier reizen vond ik dat we de reis precies af konden stemmen op onze behoeftes. Je kan kijken of je zin heb in iets rustigs of actiefs, jungle of strand, cultuur of natuur. Ook kan je op deze manier het mooie weer achterna reizen. Gezien het feit dat vaak moessonseizoen is aan één kant van het eiland kan het weerbericht checken nuttig zijn (al moet je het Sri Lankaanse weerbericht altijd met een korrel zout nemen).

Negombo

Als je vliegt, landt je dikwijls op Colombo Airport. Negombo en Colombo liggen ongeveer even ver van de luchthaven af, dus je kan kiezen in welke stad je je eerste nacht doorbrengt. Wij hadden gelezen dat Negombo wat kleiner, rustiger en veiliger was en hebben daarom voor Negombo gekozen. Maar aangezien we niet in Colombo geweest zijn, kan ik over het verschil niets zeggen. Negombo ligt aan de zee, maar ik vond de zee daar niet zo aanlokkelijk om in te zwemmen. Je kan wel mooie strandwandelingen maken (probeer de strandventers te omzeilen) en even uitrusten voordat je weer verder reist. Wij sliepen in het populaire Serendib Village Guest House, iets duurder en luxer dan de meeste andere guest houses waarin we verbleven, maar wel heel prettig als je net aangekomen bent.

Kandy

Kandy (wij weten nog steeds niet of je het uitspreekt als kendie of als kahndie) is een relatief grote stad in de bergen. Volgens mij valt Kandy ten prooi aan beide moessonseizoenen vanwege zijn ligging, dus het regent er vaak. In Kandy lieten we ons met een tuktuk rondbrengen langs allerlei toeristische plekken: een theefabriek, een kruiden- en specerijentuin, een tempel, een botanische tuin en een olifantenhouderij. Chauffeurs van een tuktuk bieden je vaak aan om dit soort routes te doen. Je kan dan meestal goede prijsafspraken maken voor een hele dag touren. Ook bij tuktuk drivers is onderhandelen heel normaal. Vergeet niet om veel fooi te geven als iets je bevalt! De mensen zijn daar erg dankbaar voor.

Ella

De zeven uur durende treinreis tussen Kandy en Ella staat bekend als één van de mooiste treinreizen van de wereld. Ik vond het zelf erg lang, maar het is zeker de moeite waard. De trein rijdt op traag tempo van bergdorp naar bergdorp en intussen zie je de prachtigste landschappen aan je voorbij trekken. Het mooiste vond ik de stukken dat de trein langs een afgrond reed, waardoor je een geweldig uitzicht hebt over het dal.

Ella zelf is een charmant bergdorpje met een hippiesfeer. Er zijn veel leuke tentjes en winkeltjes – ook voor vegans! Ik vond de vibe in Ella het leukst van alle plekken waar we geweest zijn vanwege de ontspannen sfeer en de authentieke restaurantjes en cafeetjes.

Yala National Park

Na Ella hebben we een safari gedaan in Yala. Yala is het grootste nationale park van Sri Lanka, maar wel één van velen. Yala staat bekend om de olifanten en luipaarden, maar eigenlijk maakt het bar weinig uit naar welk park je gaat, olifanten heb je overal. Ik zou je zeker aanraden om een safari te gaan doen als je er bent, wij hebben zoveel mooie dieren gezien! Denk aan apen, olifanten, vogels in alle kleuren, krokodillen, vleermuizen, roofvogels, reigers, jakhalzen, pauwen, buffels en herten.

Trincomalee

Na de actieve rondreis waren we wel toe aan wat zon en strand. In Trincomalee zijn we het langst gebleven van alle plekken waar we zijn geweest. We hadden een hotel met een eigen zwembad en strandtent, waardoor we lekker lui konden zijn en veel konden zwemmen; heerlijk! In Trincomalee zijn het strand en de zee prachtig. Voor echte witte stranden ga je naar Nilaveli beach, net boven Trincomalee. Ook zijn we gaan snorkelen bij Pigeon island, een echte aanrader! Je kan daar prachtige vissen zien in alle kleuren van de regenboog. Ook zagen we een zeeschildpad, een grote kreeft en een haai. Fantastisch! En ten slotte: sla de prachtige grote Hindoetempel op de landtong niet over.

Anuradhapura

De naam van de stad is nauwelijks uit te spreken, maar ik beloof je dat als je veel oefent, ook jij deze tongbreker kan beheersen! Anuradhapura is de eerste koningsstad van Sri Lanka en hier kan je voornamelijk veel ruïnes en stupa’s (Boeddhistische tempels) bewonderen. Eerlijk is eerlijk: als je één stupa hebt gezien, heb je ze allemaal gezien (maar vertel dat maar niet tegen de Sri Lankanen).

Sigiriya

In Sigiriya besloten we voor twee dagen wat luxer te gaan leven. We hebben een resort geboekt: het was heerlijk om weer warm te kunnen douchen. Maar eerlijk is eerlijk: de goedkope guest houses waren eigenlijk net zo goed. Uiteindelijk merkten we dat het ons vooral ging om het contact met de mensen en niet om de luxe en het comfort.

In Sigiriya zijn er twee grote rotsen die uitsteken boven het verder vrij platte landschap: de leeuwenrots en de Pidurangala rots. De leeuwenrots (op de foto) is bekender en ook mooier dan de Pidu. Echter zou ik je aanraden om toch de Pidu te beklimmen en wel bij zonsopgang: de Pidu is veel goedkoper, makkelijker te beklimmen én minder druk. Bovendien kan je vanaf de Pidu prachtige foto’s schieten van de leeuwenrots én de zonsopgang, zoals je ziet. Zeker een aanrader wat mij betreft.

De mensen

De Sri Lankanen zijn ontzettend vriendelijk. De mensen groeten je altijd vriendelijk en ze zullen – als hun Engels daarvoor voldoende is – een praatje met je maken. “How are you madam?” “Where you from?” “First time Sri Lanka?” “Like it?”

Ook zijn de mensen ontzettend lief en dienstbaar. Ze willen je graag overal mee helpen, je hoeft het maar te vragen. Ook zijn ze heel open; vraag een Sri Lankaan naar zijn of haar familie en je krijgt gelijk een rits met babyfoto’s te zien. Ze zijn bereid je alles over hun mooie land en hun eigen levens te vertellen, maar zijn vaak niet zo voortvarend om er zelf mee te komen. Gewoon vragen dus, en voor je het weet heb je een vriendschap gesloten.

Ten slotte vond ik de dankbaarheid van de Sri Lankanen heel opvallend. Ze vinden weinig vanzelfsprekend en zijn daarom erg blij met wat extra fooi of een beetje vriendelijkheid. Dit is iets wat ik heel mooi vindt aan deze mensen en waaraan ik vind dat we allemaal een voorbeeld zouden kunnen nemen. Er ontstonden bij ons mooie contacten als we onze dankbaarheid net zo lieten blijken als zij dat deden. Als er één ding is dat ik in Sri Lanka heb geleerd en wil vasthouden, dan is het wel het laten blijken van dankbaarheid.

Wat je wel moet weten over de Sri Lankanen is dat hun economie grotendeels op toerisme draait en dat ze daarom, zeker nu het toerisme door de aanslagen is afgenomen, hun best zullen doen om geld aan je te verdienen. Dat is ook logisch, voor hen zijn wij miljonairs. Één van de trucs is bijvoorbeeld om je een uitgebreide rondleiding te geven, zo uitgebreid dat je je er schuldig onder begint te voelen, waarna je met enige sociale druk wordt verleid iets te kopen in de souvenirwinkel. Een andere truc die tuktuk drivers vaak gebruiken is vragen of je het leuk vindt om bepaalde dingen te zien of te doen, om vervolgens een aanbod te doen om jou er naartoe te brengen. Zelfs als je al afspraken met een andere chauffeur hebt gemaakt, zullen ze proberen een tegenaanbod te doen. Als je besluit ergens naartoe te lopen zal er om de 100 meter een tuktuk driver aan je vragen of je een tuktuk nodig hebt en er zullen mensen zijn die je restaurants in willen lokken of je iets willen verkopen.

Dit vonden wij in het begin allemaal best overweldigend, maar op een gegeven moment wen je eraan. Een paar tips zijn om van tevoren naar de prijs te vragen en prijsafspraken te maken; afdingen mag bijna altijd. Ook kan je eerlijk zeggen tegen de mensen als je iets te duur vindt. Ze zijn er niet blij mee, maar snappen het vaak wel. En vergeet niet: nee is ook een antwoord. Soms moet je het alleen een paar keer herhalen. Verder zou ik zeggen: ga het contact aan met de locals, het is ontzettend verrijkend.

De cultuur

De Sri Lankaanse cultuur is erg anders dan de Nederlandse, dus dat was voor ons wel even wennen. Het land is ongeveer 80% Boeddhistisch, daarnaast zijn er nog Hindoes, Christenen en Moslims. Dit betekent, van wat ik ervan gezien heb, dat de mensen over het algemeen heel vredelievend zijn. Ook in Sri Lanka zijn er af en toe spanningen tussen mensen van verschillende bevolkingsgroepen of religies, maar wat ik van de locals begreep is dat de mensen over het algemeen vredig naast elkaar leven. Het verschilt ook van stad tot stad welke religie het meest prominent is. Zo zitten de Hindoes voornamelijk in Trincomalee en Jaffna, terwijl Negombo voornamelijk Christelijk is en Kandy en Anuradhapura Boeddhistisch.

Sri Lanka is nog best traditioneel, in de zin dat mensen jong trouwen. De man werkt meestal en de vrouw doet het huishouden, kookt en zorgt voor de kinderen. Desondanks werken de vrouwen vaak ook: ze hebben kleine ondernemingen, werken in winkels, plukken thee of ondersteunen de onderneming van hun man. Ze mogen zelfs in het leger werken! Ik geloof dat van de soldaten die we hebben gezien ongeveer een kwart vrouw was. Ongelofelijk toch?

Ook dien je je als vrouw behoorlijk te kleden: dat betekent dat je je schouders en knieën bedekt hebt. Dit probeerde ik meestal ook te doen, zeker als je een huis, restaurant of winkel in gaat is dit wel netjes. Op het strand kan je best een bikini aan, maar als je door de stad loopt in het voor de locals prettig als je je aanpast aan hun gebruiken.

De meeste Sri Lankanen zijn niet heel arm maar ook niet heel rijk. Dat betekent dat ze genoeg hebben voor een dak boven hun hoofd en om hun gezin te onderhouden en dat ze kleine ondernemingen kunnen starten. Er leeft bijna niemand op straat. Ze hebben gewoon stromend water en elektriciteit, een tv en een mobiele telefoon. Toch merk je in de kleine dingen dat het anders is dan hier. Mensen kunnen het zich bijvoorbeeld niet veroorloven om te reizen. Ook wassen ze hun kleren in de rivier en zijn de huizen vaak provisorisch gebouwd. Die contrasten vond ik heel bijzonder om te zien, alsof ze op sommige gebieden erg welvarend zijn, maar op andere juist weer helemaal niet.

In Sri Lanka spreken ze twee talen: Singalees en Tamil. Beide hebben een eigen schrift anders dan het alfabet. Het is dus bij bijvoorbeeld treinstations lastig te ontcijferen welk spoor je nou moet hebben. Gelukkig spreken veel Sri Lankanen een beetje Engels en helpen ze je graag op weg.

Het eten

Het eten in Sri Lanka vond ik echt ge-wel-dig. Ik kon bij elk restaurant gaan zitten en kiezen uit minimaal drie veganistische gerechten. Ook heb ik geleerd dat het helemaal geen probleem is om erom te vragen indien het niet zo is: ze toveren in een handomdraai een heerlijke veganistische curry voor je op tafel. Maar over het eten horen jullie meer in de volgende blogpost. Voor nu: bedankt voor het lezen en ik hoop dat jullie dit prachtige land ook ooit gaan bezoeken!

Veel Sri Lankaanse groetjes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s